Plaagbestrijding
Wat zijn plagen?
Een plaag is een onbalans in de natuur. Er zijn teveel organismen van één soort omdat er een onevenwichtigheid is. Die onevenwichtigheid kan ontstaan zijn doordat:
- de natuurlijke vijand van de plaag is verdwenen door bijvoorbeeld gebruik van pecticiden
- er teveel voedsel is specifiek voor deze soort
- de planten waar de plaag zich manifesteert, niet thuishoort in deze streek/omstandigheden en daardoor te zwak is.
Algemene tips voor het voorkomen van plagen:
- Kies voor planten die bestand zijn tegen ziektes. Inheemse en streekeigen soorten zijn beter aangepast en minder onderhevig aan ziekten en plagen.
- Kies voor gemengde hagen. Een haag die bestaat uit één soort is extra gevoelig voor plagen en ziekten. In een haag die bestaat uit verschillende soorten kan een plaag of ziekte zich minder gemakkelijk uitbreiden.
- Egels, padden en huisspitsmuizen eten insecten en slakken. Geef deze ‘natuurlijke helpers’ een plaatsje in de tuin, voorzie enkele ruige plekjes en maak schuilplaatsen: een hoop snoeihout, stapeltjes los op elkaar liggende stenen, oude dakpannen of houtblokken die met rust gelaten worden.
- Inheemse en streekeigen struiken en bomen trekken (broedende) vogels aan. In je tuin vangen deze vogels duizenden insecten om hun jongen groot te brengen. Voorzie voor sommige vogelsoorten nestkastjes.
- Wees tolerant tegen de aanwezigheid van bepaalde parasieten. Vele parasieten hebben natuurlijke vijanden die zich voeden met de parasieten. Verwijder je de parasiet, dan breng je ook de natuurlijke vijanden in moeilijkheden.
- Heeft een plant steeds opnieuw te lijden van parasieten en ziekten, overweeg dan om hem te verwijderen
- Zorg voor een ecologisch evenwicht rond het gewas: hoe groter de biologische diversiteit aan organismen rond het gewas, hoe kleiner de kans dat bepaalde soorten (vb. een ziekteverwekkende schimmel) gaat overheersen en veel schade zal veroorzaken.
- Kies waar mogelijk voor biologische bestrijding met natuurlijke vijanden. Er zijn steeds meer producten in de handel verkrijgbaar. Enkele voorbeelden: bladluizen bestrijd je met de larven van het inheemse lieveheersbeestje, larven van kevers die schade toebrengen aan grasvelden, hagen en aanplantingen kan je bestrijden met aaltjes.
- Kies NOOIT voor chemische bestrijding
Specifieke plaagbestrijdingstips:
Heeft u last van een plaag die hier nog niet bij staat? Klik dan hier op.
Weet u niet welk beestje u voor zich heeft? Klik dan hier op.
Tips voor het bestrijden van plagen en ziekten zonder bestrijdingsmiddelen te gebruiken:
- Luizenplagen kan je bestrijden met zelfgemaakte brandnetelgier, een behandeling die dan wel om de paar dagen moet worden herhaald. Laat een flinke portie fijngehakte brandnetels één tot twee weken staan in een emmer water (dit gaat stinken !) en voeg een eetlepel groene zeep toe. Voor gebruik moet je dit mengsel zeker tien keer verdunnen. Deze gier zou ook goed zijn als middel tegen rupsen. Luizen kan je ook bestrijden met kant-en-klare oplossingen op basis van organische vetzuren.
- Men kan de luizen ook lokken met luisgevoelige planten zoals de Oost-Indische kers of tuinboon (een zogenaamde vangplant voor luizen). Als op deze plant luizen zitten, worden de natuurlijke vijanden zoals lieveheersbeestjes naar de tuin gelokt en deze luizeneters zorgen er dan voor dat de luizen op andere planten geen kans krijgen.
- Chemische bestrijding van luizen en rupsen is zeker niet aan te raden. Eigenlijk moet je met deze beestjes leren leven. Als je echt geen luizen wil zien dan moet je geen luisgevoelige planten kiezen.